From the Blog

Beslissing 137: Houtlak veroorzaakt schade

Onderwerp van het geschil
In de maanden mei, juli en september 2020 heeft Consument negen blikken met Sigma Sigmalife DS TX Satin (hierna: Product) besteld voor een totaalbedrag van € 311,40 inclusief verzending in de webshop van Ondernemer. Het Product is aan Consument geleverd. Het is Beoordelaar onduidelijk wanneer het Product exact is aangebracht. Gelet op de overige verklaringen van Consument is het Product hoogstwaarschijnlijk in het laatste kwartaal van 2020 aangebracht. Consument heeft het Product op een houten bouwwerk dat zich in de buitenlucht bevindt aangebracht. Een jaar na het aanbrengen van het Product raakte het hout onder het Product licht beschadigd. Consument heeft dit gebrek eerst hersteld vanuit de overtuiging dat er sprake was van een eenmalig defect. Op 17 december 2022 geeft Consument aan dat het hout onder het Product ernstig is aangetast waardoor delen van de constructie moeten worden vervangen.

Tussen partijen is een geschil ontstaan over de werking van het Product en de te vergoeden kosten.

Partijen hebben zich op 18 januari 2023 met het geschil tot Stichting DigiDispuut gewend.

Op 12 december 2022 is het geschil door de Beoordelaar in behandeling genomen.

Standpunt van de consument
Consument vordert een schadevergoeding voor de opgetreden schade naar aanleiding van de non-conformiteit van het Product op de houtconstructie.

Consument stelt dat hij het Product heeft toegepast conform de instructies zoals deze op de verpakking van het Product zijn aangebracht en de indicaties die Ondernemer op de webpagina met het Product heeft geplaatst.

Consument begroot de schade bestaat op de kosten van de uit te voeren herstelwerkzaamheden.

Consument stelt dat de houtconstructie een totaal te behandelen oppervlakte heeft van 66m2. Verder stelt hij dat de volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd tegen de volgende kostprijzen:

Standpunt van de ondernemer
Ondernemer betwist de vordering van Consument. Ondernemer wijst erop dat Consument niet als consument kan worden aangemerkt omdat Consument bij de bestellingen van mei en september 2020 twee verschillende bedrijfsnamen heeft vermeld. Ondernemer stelt dat deze twee bestellingen als zakelijke transacties kunnen worden aangemerkt.

Daarbij stelt Ondernemer dat Consument het Product onjuist toegepast heeft, zodat Consument de schade aan zichzelf te wijten heeft. Ondernemer geeft aan dat in de technische handleiding, te vinden op de website van de producent van het Product, duidelijk aangegeven staat dat het Product niet als zodanig geschikt is voor gebruik in de buitenlucht. Het hout had volgens de technische handleiding eerst met een ander product behandeld moeten worden.

Beoordeling van het geschil
De beoordelaar heeft het volgende overwogen.

De beoordeling bestaat uit de volgende vier punten:
1. De bevoegdheid van de Beoordelaar;
2. De conformiteit van het Product;
3. De aansprakelijkheid van partijen ten aanzien van deze schade;
4. De vaststelling van de hoogte van eventuele schade.

Bevoegdheid DigiDispuut
De stelling van Ondernemer dat Consument een zakelijke partij is, heeft invloed op de bevoegdheid van Stichting DigiDispuut in dit geschil. Beoordelaar is, conform art. 5 van het Procesreglement van DigiDispuut, namelijk uitsluitend bevoegd bij geschillen die ontstaan zijn naar aanleiding van een consumentenkoop. Als Consument als zakelijke partij aangemerkt kan worden zou dit betekenen dat er geen sprake is van een consumentenkoop.

Art. 7:5 lid 1 sub a BW definieert een consumentenkoop als volgt:

consumentenkoop: de koop met betrekking tot een roerende zaak die wordt gesloten door een verkoper die handelt in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en een koper, natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit;

Uit de door partijen aangeleverde stukken blijkt niet dat Consument gehandeld heeft voor doeleinden die binnen zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen. Enkel het vermelden van een tweetal handelsnamen is onvoldoende om Consument als zakelijke partij aan te merken. Conform geldende jurisprudentie moet de status van consument of handelaar ontleend worden aan alle omstandigheden van het geval. Naast het gebruik van de handelsnamen door Consument zijn er geen omstandigheden die erop wijzen dat Consument vanuit de uitvoering van zijn beroep of bedrijf handelde.

Beoordelaar is dus bevoegd om in onderhavig geschil te beslissen

Conformiteit van het Product
Uit art. 7:17 lid 2 BW volgt dat een gekochte zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Dat betekent dat de zaak moet voldoen aan de verwachtingen die een koper redelijkerwijs mocht hebben ten aanzien van de eigenschappen van het gekochte product. De uitingen van de verkoper en andere omstandigheden rondom het moment van de koop kunnen de verwachtingen van de koper vormen.

Uit het bewijsmateriaal van Consument blijkt dat er gebreken zijn ontstaan aan de houtconstructie van Consument na de toepassing van het Product. Ondernemer heeft dit betwist zonder dit verder te onderbouwen. Voor de beoordeling van dit geschil kan vast komen te staan dat er gebreken zijn opgetreden in de houtconstructie na de toepassing van het Product.

Dan rest de beoordeling van de toepassing van het Product door Consument, was het gebruik van het Product in lijn met de verwachtingen die Consument redelijkerwijs mocht hebben? Het is hierbij van belang om te vermelden dat de verwachtingen, zoals de Consument deze redelijkerwijs mocht hebben, hierbij leidend zijn. De verwachtingen van Consument zijn ex art. 7:18 lid 1 BW gevormd door de mededelingen zoals deze door Ondernemer aan Consument zijn gedaan ten tijde van de aanschaf van het Product.

Consument heeft een screenshot van de webpagina van de webshop van Ondernemer waarop het Product wordt aangeboden bijgevoegd. Ondernemer heeft onder meer de volgende bewijsmiddelen aangeboden:

  • Een screenshot van de website van de producent van het Product;
  • Een foto van het Product waarop in verschillende talen een beschrijving geprint staat;
  • Een blad met technische specificaties uitgegeven door de producent van het Product.

Ondernemer heeft het Product, blijkens de screenshot van Consument, met de volgende bewoordingen aangeprezen in de webshop:

  • Sigmalife DS TX Satin is een weervaste, zijdeglanzende transparante, thixotrope edelbeits op basis van alkydhars.
  • Sigmalife DS TX Satin is geschikt voor het beschermen en verfraaien van houtconstructies buiten zoals geveltimmerwerk, balkon-en tuinhekken en betimmeringen.
  • Goede weervastheid en buitenduurzaamheid.
  • Goede bescherming van het houtoppervlak tegen UV-straling.

Op de verpakking van het Product staat de volgende tekst:

“Sigmalife DS TX Satin is een transparante thixotrope filmvormende beits voor hout. Kan gebruikt worden op droog en schoon hout. Toepasbaar in een systeem met Sigmalife VS-X. (..) Raadpleeg het kenmerkenblad voor meer informatie.”

Op het moment van de aanschaf van het Product is Consument niet gewezen op de aanwezigheid van aanvullende voorwaarden voor het buiten gebruiken van het Product. Uit de door Ondernemer bijgevoegde technische specificaties en instructies blijkt namelijk dat het noodzakelijk is om voorafgaand aan het aanbrengen van het Product eerst een ander product aan te brengen.

Vast kan komen te staan dat Consument zich niet heeft gehouden aan de instructies zoals deze op de website van de producent van het Product konden worden ingezien. De vraag is echter of dit aan Consument kan worden tegengeworpen. Gelet op de uitingen die Ondernemer deed in de webshop en de summiere tekst op de verpakking van het Product is het niet vreemd dat ook de gemiddelde consument een dergelijke vergissing zou kunnen maken. Het lag op de weg van Ondernemer om zorgvuldiger te zijn in het aanprijzen van het Product als zijnde ‘weervast’. Hoewel de informatie over de correcte toepassing van het Product online beschikbaar is, kan niet van Consument worden verwacht dat hij eerst een zoekslag doet om de informatie te verifiëren die door Ondernemer aan hem is verstrekt.

Resumerend, de toepassing van het Product door Consument valt binnen het ‘normale gebruik’ zoals bedoeld in art. 7:17 lid 2 BW. Het feit dat dit gebruik in strijd is met de door de producent elders gepubliceerde technische instructies doet hier niet aan af.

Het Product beantwoord derhalve niet aan de overeenkomst als bedoeld in art. 7:17 lid 1 BW.

Toerekenbaarheid schade
Art. 7:24 lid 1 BW jo. art. 6:74 BW bepalen dat schade die voortkomt uit een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis een verplichting doet ontstaan voor de schuldenaar, in dit geval Ondernemer, om de schuldeiser, in dit geval Consument, deze schade te vergoeden. Deze verplichting blijft achterwege voor het deel dat de tekortkoming in de nakoming van de verbintenis niet aan Ondernemer toe te rekenen valt.

Uit het vorige deel van de beoordeling blijkt dat de tekortkoming aan Ondernemer kan worden toegerekend. Consument heeft namelijk gehandeld vanuit de verwachtingen die hij redelijkerwijs mocht hebben ten aanzien van de werking van het Product.

De schade die Consument stelt te hebben moet worden gezien als gevolgschade, de schade is namelijk ontstaan als gevolg van de non-conformiteit van het Product. Deze schade is toerekenbaar aan Ondernemer omdat Ondernemer heeft nagelaten om Consument zorgvuldig te informeren over de werking van het Product. Hoewel het Beoordelaar onduidelijk is of Consument Ondernemer eerst in gebreke heeft gesteld verkeert Ondernemer met het ontstaan van de gevolgschade reeds in verzuim gelet op jurisprudentie en art. 6:74 BW 6:81 BW.1 De schade aan de houtconstructie van Consument heeft zich inmiddels voltrokken en de levering van een geschikter product zal deze schade niet verhelpen.

Ondernemer is dus van rechtswege in verzuim gekomen en is aansprakelijk ten aanzien van de gevolgschade ex art. 6:74 BW.

Ondernemer stelt dat de schade aan de houtconstructie ook veroorzaakt kan zijn door het onzorgvuldig aanbrengen van het Product door Consument. Ondernemer levert hiervoor echter geen bewijs en gelet op de technische specificaties van het Product lijkt het Beoordelaar ook niet aannemelijk dat de wijze van aanbrengen van het Product de oorzaak is van de schade. Uit de specificaties blijkt immers dat er voor het aanbrengen van het Product eerst een ander product aangebracht moet worden.

Begroting van de schade
Nu vaststaat dat Ondernemer aansprakelijk is voor de schade aan de houtconstructie van Consument zal nu de hoogte van de eventuele schadevergoeding moeten worden bepaald.

De hoogte van de gestelde schade wordt door Ondernemer niet betwist. Consument vordert echter zowel een prijs per m2 voor het schuren (€ 7,50) als arbeidsloon (€ 12,50) en kosten voor kleinmateriaal (€2,50) per m2. Beoordelaar begroot de totale schade daarom niet op € 1718,35 maar op € 1223,35 omdat het materiaal voor het schuren in de post kleinmateriaal vermeld staat en er ook al een post staat voor de arbeid.

Beoordelaar ziet verder geen aanleiding om de schadevergoeding te matigen.

Beslissing
De beoordelaar komt tot de volgende beslissing:
1) De vordering van Consument wordt gedeeltelijk toegewezen;
2) Ondernemer betaalt een schadevergoeding aan Consument ter waarde van € 1223,35 binnen twee weken na het verzenden van deze beslissing door Stichting WebwinkelKeur;
3) Ondernemer vergoedt de proceskosten voor een totaal van € 25,-.

Indien Ondernemer geen gehoor geeft aan deze beslissing binnen de gestelde termijn, verbeurt hij aan de wederpartij een boete van €50,00 per dag dat hij in gebreke blijft, tot een maximum van €1.500.

Aldus beslist DigiDispuut op woensdag 22 maart 2023

[1] Hoge Raad 4 februari 2000, NJ 2000, 258, ECLI:NL:PHR:2000:AA4732 (Kinheim / Pelders).