From the Blog

Beslissing 261: Herstel en ontbinding bij consumentenkoop

Onderwerp van het geschil

Op 7 oktober 2025 heeft de Consument een Bauknecht inductiekookplaat gekocht in de webshop van Handelaar voor een bedrag van €1.099,00. De levering heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025. Daags daarna zou de plaat geïnstalleerd worden, maar Consument constateert dat de kookplaat niet naar behoren werkt. Hij meldt dit aan Handelaar. Op 11 oktober 2025 gaat Consument met de kookplaat langs in de werkplaats van Handelaar. Samen testen ze de kookplaat met behulp van een zogenoemde Perilex 3-fase aansluiting en deze functioneert ter plaatse wel naar behoren. Consument neemt de kookplaat daarom weer mee. Op 13 oktober zou de installateur de kookplaat opnieuw proberen aan te sluiten ten huize van Consument, met gebruik van een nieuw aangekochte Perilex 3-fase aansluiting. Het apparaat lijkt opnieuw niet naar behoren te functioneren.

Consument stelt Handelaar op 20 oktober in gebreke en verzoekt om vervanging van het apparaat, dan wel ontbinding van de koopovereenkomst en geld terug. Handelaar geeft aan om een oplossing te willen vinden indien daadwerkelijk sprake is van een gebrek, maar dan wel in de vorm van herstel. Hij stelt voor daartoe een Bauknecht monteur in te schakelen. Consument maakt, omdat het hem niet snel genoeg gaat, zelf een afspraak met Bauknecht, de monteur komt op 10 november 2025 langs bij Consument. Ondertussen heeft Consument bij een derde partij echter een andere kookplaat aangeschaft en heeft deze laten installeren. Constatering en herstel van een eventueel gebrek aan de bij Handelaar aangekochte kookplaat is daarmee overbodig geworden.

 

Standpunt van de consument

Consument stelt zich op het standpunt dat de kookplaat die hij bij Handelaar heeft gekocht een gebrek vertoonde. De kookplaat voldeed niet aan zijn gerechtvaardigde verwachtingen. Hij is van mening dat Handelaar geen tijdige en passende oplossing heeft geboden. Hij eist in dit geschil restitutie van het volledige aankoopbedrag (€ 1.099,00), alsmede vergoeding van de tevergeefs aangeschafte Perilex aansluiting (€ 150,00), in totaal een bedrag van € 1.249,00.

 

Standpunt van de handelaar

Handelaar wijst de eis van Consument van de hand. Hij heeft zich bereidwillig getoond om tot een passende oplossing te komen. Voor hem is een passende oplossing echter niet

vervanging van de kookplaat en zeker niet ontbinding van de koopovereenkomst/restitutie  van het aankoopbedrag. Handelaar had, indien het gebrek onomstotelijk zou zijn vastgesteld,

willen overgaan tot herstel van de kookplaat. Dat is nu niet meer mogelijk, want Consument heeft een andere kookplaat aangeschaft. Mocht de beslissing in dit geschil zijn dat de kookplaat retour genomen moet worden, dan met verrekening van de waardevermindering die daaraan is ontstaan.

Overwegingen

Beoordelingsbevoegdheid DigiDispuut

Eiser heeft de koop als Consument gedaan. Tussen hem en Handelaar is op een consumentenkoopovereenkomst op afstand tot stand gekomen. Het geschil valt daarmee, conform artikel 5 van het procesreglement van geschillenplatform DigiDispuut, onder de beoordelingsbevoegdheid van DigiDispuut.

Overeenkomst, non-conformiteit en garantie

Het aangekochte product dient aan de overeenkomst te beantwoorden, wat wil zeggen dat het  – bij normaal gebruik – moet voldoen aan de gerechtvaardigde verwachtingen van een koper. Dit wordt conformiteitsvereiste of wettelijke garantie genoemd (artikel 7:17 BW).

Artikel 7:17 BW

  • De afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden.
  • Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.”

Wat een koper van een specifiek product mag verwachten is afhankelijk van de aard van het product. In het onderhavige geval mocht Consument bij normaal gebruik een gedurende de levensduur (ten minste enkele jaren) goed functionerende, gebrekenvrije inductiekookplaat verwachten. Het wettelijk recht op een goed product geldt in principe onvoorwaardelijk en voor de gehele levensduur van een product, gangbare slijtage daar gelaten.

Bewijslastverdeling

De aanwezigheid van een gebrek dient door de gene die het gebrek claimt, de eiser, in casu derhalve door de Consument, te worden aangetoond. De installatie van het product zou in dit geval door, resp. in opdracht van Consument worden verzorgd. Dat geeft een complicatie  in die zin dat het van belang is om vast te stellen waar de oorzaak van het het door

Consument geconstateerde disfunctioneren van (de bediening van) de kookplaat ligt. Is deze gelegen in het product zelf, of in de aansluiting, de installatie? Dat is de hoofdvraag waar het hier in beginsel om draait.

Is de aanwezigheid van het gebrek vastgesteld dan kan op basis van consumentenwetgeving als uitgangspunt worden genomen dat een gebrek (een afwijking van wat is overeengekomen) dat zich binnen een jaar na levering van het artikel openbaart, reeds bij levering heeft bestaan. Dat is te vinden in artikel 7:18a lid 2 BW:

“Artikel 7:18a lid 2 BW                                                                                                                                          

Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak of de zaak met digitale elementen bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.”

De wetgever heeft hiermee een omkering van de normale bewijslast ten gunste van de consument beoogd. In beginsel geldt immers dat wie iets stelt dat ook dient te bewijzen (“wie eist, bewijst”). De omkering van de bewijslast brengt met zich mee dat het aan de verkoper is om te bewijzen dat hij wel een goed functionerend product heeft geleverd en dat het opgetreden gebrek niet reeds bij levering (latent) aanwezig was.

Het gebrek en zijn oorzaak

Het disfunctioneren van de kookplaat is door consument vastgesteld, maar wanneer Consument en Handelaar de kookplaat in de werkplaats van Handelaar samen testen laat het zich niet vaststellen. Dat doet het vermoeden rijzen dat er een andere oorzaak is voor het slecht functioneren van de kookplaat, in elk geval is niet vast te stellen dat de oorzaak van het probleem in de kookplaat zelf gelegen is. Daarmee draait de bewijslast terug en is het aan Consument als eiser om aan te tonen dat de kookplaat wél een gebrek vertoont dat niet had mogen optreden, dat de oorzaak is gelegen in een gebrek aan het apparaat zelf, terwijl hij het normaal heeft gebruikt. Consument heeft vervolgens een monteur van Bauknecht, de fabrikant van de kookplaat, ingeschakeld. Deze komt op 10 november langs bij Consument, maar is niet eenduidig in wat nu precies de herkomst van het gebrek is.

Gevolgen van non-conformiteit

Indien de non-conformiteit is vastgesteld, heeft de consument recht op herstel of vervanging dan wel op ontbinding van de koopovereenkomst 1). De systematiek van de wetsartikelen geeft al aan, en dat is ook in de rechtspraak uitgemaakt, dat de mogelijke remedies voor non- conformiteit in de volgorde waarin deze achtereenvolgens in de wet genoemd worden aan bod moeten komen. En verder dat altijd moet worden uitgegaan van de oplossing die voor de verkoper het minst belastend (minst duur) is. Het is niet aan de Consument om een vrije keuze te maken. Is er sprake van een gebrek dan dient in eerste instantie te worden getracht dit te herstellen. Kan of lukt dat niet, komt vervanging in beeld en pas als dat – om een reden aan de zijde van de verkoper – niet mogelijk is, komt ontbinding van de koopovereenkomst in beeld.

Wat dient te geschieden, als de verkoper van een gebrekkige zaak niet tijdig aan de herstelverplichting heeft voldaan? In artikel 7:21 lid 6 2)  is te lezen dat de consument-koper in dat geval bevoegd is om een derde in te schakelen voor het herstel. De kosten daarvan komen voor rekening van en zijn dus verhaalbaar op de verkoper. Maar ook dan is de oplossing gelegen in herstel en niets anders.

Beoordeling van het geschil

In het onderhavige geschil draait het om de vraag óf sprake is van non-conformiteit, met andere woorden: had de geleverde inductiekookplaat al dan niet een gebrek. Van belang daarbij is de oorzaak van het – naar zeggen van Consument – zo nu en dan slecht functioneren van de (bediening van) de kookplaat. Met andere woorden: is het gebrek gelegen in het product zelf, of wordt het teweeggebracht door een van buitenkomende oorzaak, zoals de installatie ervan? In dat laatste geval dient tenslotte te worden vastgesteld voor wiens rekening en risico deze oorzaak komt. In de overwegingen is aangegeven hoe de bewijslast in het onderhavige geschil is verdeeld: het is aan Consument om aan te tonen dát het gaat om een gebrekkig product. Is eenmaal een gebrek vastgesteld, dan wordt dat op basis van de wet geacht van aanvang af aanwezig te zijn geweest. Het is dan aan Handelaar om ofwel het probleem op te lossen, ofwel aan te tonen dat het gebrek niet reeds bij aflevering aanwezig was.

In de loop van de gebeurtenissen is niet onomstotelijk komen vast te staan dat sprake is van een gebrek aan de kookplaat. Consument constateert een gebrek, dat echter bij het nakijken in de werkplaats van Handelaar niet kan worden vastgesteld. Consument zegt dat, thuis gekomen, de kookplaat toch weer niet goed functioneert. Handelaar heeft vervolgens aangeboden om via de fabrikant een monteur te laten langskomen teneinde het gebrek vast te stellen en de kookplaat eventueel te doen herstellen, maar Consument regelt deze afspraak uiteindelijk zelf.

En zo komen we op de tweede complicatie in dit geschil. Op het moment dat de monteur zich op 10 november 2025 bij Consument meldt, is herstel in wezen al een  gepasseerd station. Consument heeft via een derde partij inmiddels een andere kookplaat, aangekocht en laten plaatsen. Dat is geen actie waarin de wet voorziet, zoals hierboven beschreven. Indien sprake zou zijn van een gebrek, hetgeen vooraleerst niet onomstotelijk is komen vast te staan, dan was de te bewandelen weg  de weg van herstel geweest. Herstel door of in opdracht van Handelaar, dan wel herstel in opdracht van Consument met de mogelijkheid tot verhaal van de kosten.

Toen Consument in zijn ingebrekestelling Handelaar sommeerde om vervanging, dan wel ontbinding van de koopovereenkomst met restitutie van het aankoopbedrag, zat hij op het verkeerde spoor. Aangenomen dat er daadwerkelijk een gebrek aan de kookplaat was, had Consument Handelaar in de gelegenheid moeten stellen om de kookplaat te (laten herstellen. Dat moet weliswaar binnen een redelijke termijn gebeuren, maar een termijn van vier weken na levering, resp. twee weken na sommatie is niet heel lang en valt naar de mening van de beoordelaar binnen de termen van een redelijke termijn.

Aan de hand van het bovenstaande concludeert de beoordelaar dat er al met al geen grond is voor het toekennen van ontbinding van de overeenkomst met restitutie van het aankoopbedrag. Enerzijds niet omdat het gebrek, resp. de oorzaak ervan niet onomstotelijk is komen vast te staan, anderzijds niet omdat ontbinding niet de geëigende weg is, aangezien Handelaar niet de kans heeft gekregen om het gebrek te herstellen. De eis tot vergoeding van de aangekochte Perilex aansluiting komt evenmin voor toekenning in aanmerking.

 

Beslissing

 

Beoordelaar acht de klacht van consument niet gegrond en komt tot de volgende beslissing:

 

Het door Consument gevorderde wordt afgewezen.

Partijen dragen ieder hun eigen kosten in dit geschil.

Aldus beslist door DigiDispuut op  23 december 2025.

 

 

Noten

 

1)

Artikel 21

  1. Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan kan de koper eisen:
  2. aflevering van het ontbrekende;
  3. herstel van de afgeleverde zaak, mits de verkoper hieraan redelijkerwijs kan voldoen;
  4. vervanging van de afgeleverde zaak, tenzij de afwijking van het overeengekomene te

gering is om dit te rechtvaardigen, dan wel de zaak na het tijdstip dat de koper redelijkerwijze met ongedaanmaking rekening moet houden, teniet of achteruit is gegaan doordat hij niet als een zorgvuldig schuldenaar voor het behoud ervan heeft gezorgd. (…)

 

2)

  1. Indien bij een consumentenkoop de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op de verkoper te verhalen.

 

 

Naschrift

 

Herroeping versus non-conformiteit

Uit de inhoud van het verweer komt naar voren dat Handelaar herroeping en de gevolgen daarvan enerzijds en non-conformiteit en de gevolgen daarvan anderzijds door elkaar haalt.

Een zaak op basis van non-conformiteit is echter een geheel andere juridische actie, met andere bewijslast en andere gevolgen, dan het inroepen van het herroepingsrecht. Waar er in het laatste geval ‘slechts’ ontbinding zonder opgaaf van redenen kan volgen, zijn er in geval van non-conformiteit meerdere gevolgen denkbaar, te beginnen met herstel of vervanging, beide met in stand lating van de overeenkomst en een duidelijke reden voor de actie, namelijk een klacht over de uitvoering van de overeenkomst, resp. het geleverde product. Indien wordt uitgegaan van de weg van de herroeping, waarbij de koopovereenkomst dus wordt ontbonden, is een actie op basis van non-conformiteit feitelijk en juridisch onmogelijk geworden.

Ook is het in het geval van non-conformiteit niet op zijn plaats om een waardevermindering van het artikel door te berekenen. De grond voor deze actie is immers gelegen in de risicosfeer van de verkoper, de consument heeft hier geen invloed op en hoefde hier tot het moment dat het gebrek zich openbaarde, ook geen rekening mee te houden. In geval van herroeping is het daarentegen wél mogelijk om eventueel een waardevermindering toe te passen op het retour gezonden artikel. Deze waardevermindering mag in mindering worden gebracht op het te restitueren aankoopbedrag. Het was in dit geval de keuze van de consument om de koopovereenkomst te herroepen/ontbinden en hij had rekening kunnen en moeten houden met het risico van schade aan het artikel.