From the Blog

Beslissing 262: Non-conforme automatische sigarettenmaker

1.    Onderwerp van het geschil

1.1. Consument heeft op 29 juli 2025 in de webwinkel van Ondernemer een  automatische sigarettenmaker besteld voor een bedrag van € 324,95.

1.2. Enige tijd na de levering van het product neemt Consument contact op met Ondernemer over de werking van het product. Consument stelt dat de sigarethulzen niet voldoende worden gevuld.

1.3. Het apparaat is vervolgens op 5 oktober 2025 ter beoordeling en herstel aangemeld bij de importeur. Daarbij is een intern mechanisch onderdeel vervangen.

1.4. De importeur constateerde een tellerstand van 2.553. De tellerstand duidt het aantal sigaretten aan dat met het product vervaardigd is.

1.5. Op 21 oktober 2025 is het product verzonden naar Consument. Deze constateerde vlak na ontvangst, na het maken van ongeveer twintig sigaretten, hetzelfde gebrek als onder 1.2.

1.6. Vervolgens ontstaat er een geschil tussen partijen over de oorzaak van het gebrek en de verwachtingen over en weer ten aanzien van het gebruik van de automatische sigarettenmaker.

1.7. Het geschil is op 7 januari 2026 door Stichting DigiDispuut in behandeling genomen.

1.8. Op 7 januari heeft beoordelaar een vraag gesteld aan Ondernemer. Ondernemer heeft deze vraag op 20 januari 2026 beantwoord.

2.    Standpunt van de consument

2.1. Consument vordert ontbinding van de koopovereenkomst.

2.2. Consument stelt dat zij de automatische sigarettenmaker normaal gebruikt hebben en dat het gebrek voor rekening van Ondernemer moet komen.

2.3. Consument stelt regulier volumetabak te hebben gebruikt en op basis van de door Ondernemer verstrekte informatie deze volumetabak zonder verdere behandeling door de automatische sigarettenmaker te hebben laten verwerken.

3.    Standpunt van de ondernemer

3.1. Ondernemer voert gemotiveerd verweer en betwist dat hij informatie heeft verstrekt anders dan de expliciete instructie om de tabak te laten drogen tot een specifiek vochtpercentage. Ondernemer stelt dat Consument niet op een normale manier gebruik heeft gemaakt van de automatische sigarettenmaker door:

3.1.A. te vochtige tabak te gebruiken; en

3.1.B. de machine onvoldoende schoon te maken.

3.2. Ondernemer stelt daarnaast dat Consument op eigen kosten de automatische sigarettenmaker aan kan bieden bij een reparateur.

3.3. Ondernemer stelt dat de waardevermindering in rekening gebracht moet worden bij Consument op het moment dat de koopovereenkomst wordt ontbonden.

4.    Beoordeling van het geschil

De beoordelaar heeft het volgende overwogen:

Algemene opmerkingen

4.1. Uit de stukken is Beoordelaar gebleken dat een medewerker van Ondernemer zich ten onrechte als advocaat heeft uitgegeven.

4.2. Dit is onbehoorlijk; daarbij zijn de verklaringen van Ondernemer hieromtrent twijfelachtig.

 

Normaal gebruik

4.3. Beoordelaar stelt vast dat het geschil ziet op de vraag of de automatische sigarettenmaker op een normale manier door Consument is gebruikt. Afhankelijk van het antwoord op deze vraag beantwoordt de sigarettenmaker namelijk wel of niet aan de overeenkomst in de zin van artikel 7:17 BW. Daarbij wordt meegewogen welke verwachtingen Consument redelijkerwijs mocht hebben. Hierbij worden de aard van de zaak en de mededelingen van Ondernemer meegewogen.

4.4. Als de sigarettenmaker niet aan de overeenkomst beantwoordt, is ontbinding van de overeenkomst mogelijk, aangezien Ondernemer al een poging tot herstel gedaan heeft. (Art. 7:22 lid 5 sub b BW)

 

Uitingen van de verkoper (ondernemer)

4.5. Consument stelt, gemotiveerd met een kopie van de productpagina, dat op de productpagina juist vermeld stond dat de sigarettenmaker juist geschikt was voor volumetabak die niet aanvullend gedroogd zou zijn.

4.6. Ondernemer heeft bovenstaande betwist en stelt dat Consument naar de verkeerde productpagina heeft verwezen. Ondernemer verwijst naar een productpagina in zijn webshop waarin expliciet vermeld staat dat de volumetabak gedroogd moet worden verwerkt.

4.7. Beoordelaar is van oordeel dat het door Consument aangeleverde bewijsstuk een weergave is van de producttekst zoals deze op het moment van aanschaf aan Consument bekendgemaakt is. In de producttekst is onder andere de aanduiding “Plus-variant”, waarmee het product wordt aangeduid, te lezen. Dit wordt later nog eens bevestigd met de volgende zin: “Het product brengt daar echter verandering in. Deze zorgt er dan ook voor dat er in de praktijk eigenlijk nog nauwelijks voorbereidingen moeten worden getroffen voor wat de volumetabak betreft. Je hoeft ze dus eigenlijk niet meer speciaal te drogen tot een vochtgehalte van tussen de 8 en 11 procent.” De tekst is dus een productbeschrijving bij de sigarettenmaker die Consument heeft gekocht.

4.8. Het komt Beoordelaar voor op basis van de door partijen geleverde stukken dat Ondernemer de productpagina ten tijde van de behandeling van dit geschil heeft aangepast. Deze aanpassing heeft echter geen invloed op de verwachtingen die Consument ten tijde van de aanschaf van het product mocht hebben.

 

Conclusie

4.9. De beoordelaar komt tot het oordeel dat de sigarettenmaker niet aan de overeenkomst beantwoordde en dat er dus sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. Nu Ondernemer reeds zonder resultaat geprobeerd heeft om het gebrek te herstellen, komt ontbinding van de overeenkomst in zicht.

4.10. Hoewel de Consument vele sigaretten heeft geproduceerd met de sigarettenmaker, komt Ondernemer niet in aanmerking voor een vergoeding voor de waardedaling van het product.

Ondernemer heeft namelijk een niet-conform product geleverd en moet hiervoor de gevolgen dragen.[1]

5.    Beslissing

5.1. De beoordelaar komt tot de volgende beslissing:

5.2. De vordering van Consument wordt toegewezen.

5.2.A. Consument zendt de automatische sigarettenmaker terug aan Ondernemer.

5.2.B. Ondernemer vergoedt de aanschafprijs van € 324,95 en de verzendkosten aan Consument.

5.3. Indien Ondernemer geen gehoor geeft aan deze beslissing binnen de gestelde termijnen, verbeurt hij aan Consument een boete van € 50,00 per dag dat hij in gebreke blijft, tot een maximum van € 1.000,-.

5.4. Ondernemer vergoedt de kosten voor de aanmelding van het geschil bij Stichting DigiDispuut voor een bedrag van € 25,- conform het procesreglement.

 

5.5. Aldus beslist DigiDispuut op 9 februari 2026.

 

 

 

 

[1] HvJEU 17 april 2008,  C-404/06, (Quelle AG) ro. 41.