From the Blog

Beslissing 197: Aansprakelijkheid bij schade aan afkortzaag binnen garantietermijn

Onderwerp van het geschil

Op 10 augustus 2023 heeft de Consument een afkortzaag gekocht in de webshop van Handelaar voor een bedrag van € 411,78. De levering heeft kort daarna plaatsgevonden. Half mei 2024, derhalve zo’n negen maanden na levering, weigert de afkortzaag dienst. Consument meldt zich direct bij handelaar met de mededeling dat de afkortzaag ten gevolge van een interne kortsluiting niet meer werkt. Tot dan toe heeft de zaag probleemloos gefunctioneerd.

Handelaar verwijst Consument in eerste instantie naar de fabrikant (fabrieksgarantie). Consument is echter van mening dat Handelaar als verkopende partij gehouden is om met een oplossing te komen. Handelaar zorgt er vervolgens voor dat de afkortzaag voor inspectie en reparatie bij fabrikant komt. Na onderzoek aan de zaag constateert fabrikant dat er een scheur in de behuizing van de zaag zit en dat de voedingskabel (de stroomkabel) geknakt en geschaafd is. Het is de schade aan het snoer en niet interne kortsluiting die heeft veroorzaakt dat de zaag niet meer werkt. Een dergelijke oorzaak valt niet onder de fabrieksgarantie. In deze garantiebepalingen wordt schade door oorzaken van buitenaf namelijk uitgesloten van garantie.

De vraag rijst vervolgens of de afkortzaag door en/of voor rekening van Handelaar, als wederpartij van Consument, dient te worden hersteld.

Standpunt van de consument

De afkortzaag heeft tot het moment van weigeren naar volle tevredenheid van klant gefunctioneerd. Nu de zaag echter binnen een jaar na levering uitvalt, vindt Consument dat de door hem bij Handelaar gekochte afkortzaag niet voldoet aan zijn gerechtvaardigde verwachtingen. Hij mocht rekenen op een negen maanden na aanschaf (nog steeds) goed functionerende zaag. Hij eist dat de machine, die nog in het bezit is van Handelaar, kosteloos aan hem wordt geretourneerd, zodat hij deze zelf bij een derde partij ter reparatie kan aanbieden. Alle reeds gemaakte kosten, alsmede de reparatiekosten, dienen volledig door Handelaar te worden vergoed.

Standpunt van de handelaar

Handelaar vindt dat de eis van Consument moet worden afgewezen. De oorzaak van de uitval van de afkortzaag is gelegen in de beschadiging/breuk van de voedingskabel (het toevoersnoer) van de machine. Dat is een van buiten komende oorzaak, de kabelbreuk was niet aanwezig op het moment van levering en is door of in elk geval voor risico van

Consument zelf veroorzaakt. Ook een breuk in de behuizing kwalificeert als gebruiksschade.

Consument heeft bovendien aangegeven dat de zaak gedurende negen maanden naar volle tevredenheid heeft gefunctioneerd. Dat duidt erop dat de zaag bij levering geen gebreken vertoonde. Uit coulance heeft Handelaar eerder aangeboden om alle transportkosten tijdens reparatie, alsmede de inspectiekosten van de fabrikant voor zijn rekening te nemen.

Overwegingen

Beoordelingsbevoegdheid DigiDispuut

Eiser heeft de koop als Consument gedaan. Tussen hem en Handelaar is op 10 augustus 2023  een consumentenkoopovereenkomst op afstand tot stand gekomen. Het geschil valt daarmee, conform artikel 5 van het procesreglement van geschillenplatform DigiDispuut, onder de beoordelingsbevoegdheid van DigiDispuut.

Overeenkomst, non-conformiteit en garantie

Het aangekochte product dient aan de overeenkomst te beantwoorden, wat wil zeggen dat het  – bij normaal gebruik – moet voldoen aan de gerechtvaardigde verwachtingen van een koper. Dit wordt conformiteitsvereiste of wettelijke garantie genoemd (artikel 7:17 BW).

Artikel 7:17 BW

  • De afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden.
  • Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.”

Wat een koper van een specifiek product mag verwachten is afhankelijk van de aard van het product. In het onderhavige geval mocht Consument bij normaal gebruik een gedurende de levensduur (ten minste enkele jaren) goed functionerende, gebrekenvrije afkortzaag verwachten.

De conformiteitseis staat los van een eventuele door Handelaar, een voorschakel (tussenleverancier), of de fabrikant van het product gehanteerde (fabrieks)garantie. Over het fenomeen fabrieksgarantie bestaat veel onduidelijkheid. Vaak wordt gedacht dat deze als het ware in plaats treedt van het wettelijke recht op een product dat aan de gerechtvaardigde verwachtingen voldoet. Dat is niet zo. De fabrieksgarantie – zo deze van toepassing is –  bestaat naast het wettelijk recht op een goed product en is vaak eerder een beperking van de rechten van de consument dan iets extra’s. Fabrieksgaranties worden vrijwel altijd gelimiteerd in duur (meestal maximaal drie jaar) en soms worden bepaalde gebreken uitgesloten van garantie. Zo is in casu bijvoorbeeld schade door een van buiten komende oorzaak uitgesloten van de garantie.

Het wettelijk recht op een goed product geldt in principe onvoorwaardelijk en voor de gehele levensduur van een product, gangbare slijtage daar gelaten.

Het geconstateerde gebrek valt niet onder de fabrieksgarantie. De vraag is voorts of herstel van het gebrek en eventuele bijkomende schade wettelijk gezien al dan niet voor rekening van Handelaar dienen te komen. De koopvereenkomst is immers gesloten tussen Handelaar en Consument. De fabrikant staat hier in principe buiten.

Bewijslastverdeling

Op basis van consumentenwetgeving wordt als uitgangspunt genomen dat een gebrek (een afwijking van wat is overeengekomen) dat zich binnen een jaar na levering van het artikel openbaart, reeds bij levering heeft bestaan. Dat is te vinden in artikel 7:18a lid 2 BW:

“Artikel 7:18a lid 2 BW                                                                                                                                          

Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak of de zaak met digitale elementen bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.”

De wetgever heeft hiermee een omkering van de normale bewijslast ten gunste van de consument beoogd. In beginsel geldt immers dat wie iets stelt dat ook dient te bewijzen (“wie eist, bewijst”). De omkering van de bewijslast brengt met zich mee dat het aan de verkoper is om te bewijzen dat hij wel een goed functionerend product heeft geleverd en dat het opgetreden gebrek niet reeds bij levering (latent) aanwezig was.

Handelaar heeft hiertoe aangevoerd dat Consument zelf heeft aangegeven dat de zaag  gedurende negen maanden probleemloos heeft gefunctioneerd. Dat hoeft op zich nog niet te betekenen dat het gebrek niet toch reeds van aanvang af latent aanwezig was. Of dat het geval is, dient te worden beoordeeld aan de hand van de aard van het geconstateerde gebrek.

Gelimiteerd in duur (meestal maximaal drie jaar) en soms worden bepaalde gebreken uitgesloten van garantie. Zo is in casu bijvoorbeeld schade door een van buiten komende oorzaak uitgesloten van de garantie.

Het wettelijk recht op een goed product geldt in principe onvoorwaardelijk en voor de gehele levensduur van een product, gangbare slijtage daar gelaten.

Het geconstateerde gebrek valt niet onder de fabrieksgarantie. De vraag is voorts of herstel van het gebrek en eventuele bijkomende schade wettelijk gezien al dan niet voor rekening van Handelaar dienen te komen. De koopvereenkomst is immers gesloten tussen Handelaar en Consument. De fabrikant staat hier in principe buiten.

Bewijslastverdeling

Op basis van consumentenwetgeving wordt als uitgangspunt genomen dat een gebrek (een afwijking van wat is overeengekomen) dat zich binnen een jaar na levering van het artikel openbaart, reeds bij levering heeft bestaan. Dat is te vinden in artikel 7:18a lid 2 BW:

“Artikel 7:18a lid 2 BW                                                                                                                                          

Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak of de zaak met digitale elementen bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.”

De wetgever heeft hiermee een omkering van de normale bewijslast ten gunste van de consument beoogd. In beginsel geldt immers dat wie iets stelt dat ook dient te bewijzen (“wie eist, bewijst”). De omkering van de bewijslast brengt met zich mee dat het aan de verkoper is om te bewijzen dat hij wel een goed functionerend product heeft geleverd en dat het opgetreden gebrek niet reeds bij levering (latent) aanwezig was.

Handelaar heeft hiertoe aangevoerd dat Consument zelf heeft aangegeven dat de zaag  gedurende negen maanden probleemloos heeft gefunctioneerd. Dat hoeft op zich nog niet te betekenen dat het gebrek niet toch reeds van aanvang af latent aanwezig was. Of dat het geval is, dient te worden beoordeeld aan de hand van de aard van het geconstateerde gebrek.

klaarblijkelijk niet voor gezorgd dat de draad vrij en niet onder spanning of beklemming werd gehouden. Dat is een oorzaak die niet aan Handelaar is toe te rekenen, maar juist ligt in de invloedssfeer van Consument zelf. Alles overwegend concludeert de beoordelaar dat Handelaar de claim van Consument terecht heeft afgewezen.

Consument heeft aangegeven zelf te willen zorgdragen voor reparatie van de afkortzaag. De kosten van deze reparatie komen voor eigen rekening van Consument, evenals de kosten van verzending van Handelaar naar Consument. Aangezien de afkortzaag ten tijde van de

behandeling van dit geschil in het bezit is van Handelaar dienen partijen met elkaar in contact te treden over het transporteren van de machine naar Consument.

Beslissing

Beoordelaar acht de klacht van consument niet gegrond en komt tot de volgende beslissing:

Het door Consument gevorderde wordt afgewezen met dien verstande dat reeds coulancehalve door Handelaar gedane vergoedingen voor rekening blijven van Handelaar.

 

Handelaar dient de afkortzaag beschikbaar te houden voor Consument, zodat Consument deze  – op eigen kosten – kan (laten) ophalen dan wel doen verzenden. Totdat de afkortzaag op transport gaat moet Handelaar ervoor zorgen dat deze geen (extra) schade oploopt. Indien Handelaar betrokken zal zijn bij het transport, dient hij de machine degelijk te verpakken, zodat deze tijdens het transport geen (extra) schade oploopt.

 

Aldus beslist door DigiDispuut op 29 oktober 2024.