Beslissing 212: Ontbinding koopovereenkomst computer
Eindbeslissing van de geschillencommissie van 25 april 2025
In de zaak van:
Consument
tegen
Handelaar,
1. Het verloop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure volgt uit:
- de memorie van eis (met bijlage(n)) van Consument.
- de memorie van antwoord (met bijlage(n)) van Handelaar; – de aanvullende productie(s) van Consument; en – de mondelinge behandeling van 23 april 2025.
- Van het verhandelde ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 23 april 2025 werden aantekeningen gemaakt.
- Ten slotte werd de beslissing bepaald.
2. De vaststaande feiten
2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, wordt uitgegaan van de volgende vaststaande feiten.
2.2. Consument kocht een computer van Handelaar. De koop kwam tot stand via de geëxploiteerde webwinkel. Handelaar ging over tot aflevering van een computer. Korte tijd later, maar meer dan veertien dagen na de totstandkoming van de koop en de aflevering van de computer, beklaagde Consument zich bij Handelaar. Consument verklaarde dat de afgeleverde computer niet beantwoordt aan de overeenkomst, zodat hij dezelve wenst te ontbinden. Handelaar verklaarde Consument dat de overeenkomst niet kan worden ontbonden, omdat meer dan veertien dagen waren verstreken sinds de aflevering van de computer.
3. Het geschil
3.1. Consument vordert dat de geschillencommissie verklaart dat de overeenkomst is ontbonden. Volgens Consument beantwoordt de afgeleverde computer niet aan de overeenkomst, omdat dezelve niet de door Handelaar geadverteerde eigenschappen bezit. Handelaar meent dat de afgeleverde computer wel aan de overeenkomst beantwoordt, zodat de overeenkomst niet kan worden ontbonden.
3.2. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna (nader) ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Zoals de geschillencommissie eerder overwoog moet zij, alvorens het geschil (inhoudelijk) te kunnen behandelen en beslissen, beoordelen of zij daartoe bevoegd is. Als dat het geval is, moet voorts de omvang van haar bevoegdheid worden vastgesteld.
4.2. Alle bij de geschillencommissie aanhangige geschillen worden beslist door onzuiver bindend advies als bedoeld in artikel 7:900, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. De geschillencommissie neemt een voor partijen bindende beslissing. Op grond van artikel 17 van de Grondwet hebben partijen het recht op toegang tot de overheidsrechter. Door de beslechting van het geschil door onzuiver bindend advies, wordt inbreuk gemaakt op hun recht op toegang tot de overheidsrechter. Daarom moet worden beoordeeld of zij vrijwillig en ondubbelzinnig hebben gekozen voor de beslechting van het geschil door onzuiver bindend advies.
4.3. Naar het oordeel van de geschillencommissie kozen partijen vrijwillig en ondubbelzinnig voor de beslechting van het geschil door onzuiver bindend advies. Dat deed Consument bij de indiening van de memorie van eis met bijlage(n) Handelaar bij het sluiten van de overeenkomst met de keurder van de webwinkel. Op die overeenkomst zijn de door de keurder gebruikte algemene voorwaarden van toepassing. Op grond daarvan zijn geschillen als het onderhavige, onderworpen aan de beslechting daarvan door onzuiver bindend advies. Het geschil valt onder het bereik van het procesreglement van de geschillencommissie. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 23 april 2025 werd samen met partijen vastgesteld dat het geschil voortvloeit uit een consumentenkoop die een overeenkomst op afstand is in de zin van artikel 6:230g, eerste lid, aanhef en onder e, van het Burgerlijk Wetboek.
4.4. Omdat de geschillencommissie bijgevolg bevoegd is om het geschil (inhoudelijk) te behandelen en te beslissen, moet zij voorts de omvang van haar bevoegdheid vaststellen. Op grond van het procesreglement van de geschillencommissie past zij de geldende wet- en regelgeving toe, waaronder moeten worden begrepen de wettelijke regels van stelplicht en bewijslast. Partijen stelden niet dat in het concrete geval een afwijkende afspraak werd gemaakt.
4.5. Zoals de geschillencommissie eerder overwoog moet zij, nu sprake is van een overeenkomst op afstand, beoordelen of Handelaar voldeed aan de belangrijkste informatieplichten die zijn voorzien in Afdeling 6.5.2b van het Burgerlijk Wetboek. Als dat niet het geval is, moet de geschillencommissie een passende maatregel toepassen. In sommige gevallen is de toe te passen maatregel uitdrukkelijk voorzien in de wet. In andere gevallen moet de maatregel doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Handelaar moet de feiten stellen en bewijzen, waaruit kan voortvloeien dat zij voldeed aan de belangrijkste informatieplichten.
4.6. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 23 april 2025 werd samen met partijen vastgesteld dat Handelaar, in strijd met het samenstel van artikel 6:230m, eerste lid, aanhef en onder h, van het Burgerlijk Wetboek en artikel 6:230v, zevende lid, aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek, naliet om de nodige informatie over het herroepingsrecht dat is voorzien in artikel 6:230o van het Burgerlijk Wetboek op duidelijke en begrijpelijke wijze en op een duurzame gegevensdrager aan Consument te verstrekken. Handelaar stelde dat alle informatie te allen tijde is te vinden op haar webpagina, maar dat is niet genoeg.
4.7. De handelwijze van Handelaar brengt mee dat Consument ook meer dan veertien dagen na de totstandkoming van de koop en de aflevering van de computer mocht overgaan tot ontbinding van de overeenkomst (artikel 6:230o, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek). Uit de voorhanden zijnde informatie vloeit voort dat Consument meer dan veertien dagen, maar minder dan twaalf maanden na de totstandkoming van de koop en de aflevering van de computer, gebruik maakte van zijn recht om de overeenkomst te ontbinden. Daarom ligt de vordering van Consument voor toewijzing gereed.
4.8. Omdat Handelaar eerder door de geschillencommissie werd gewezen op het bestaan en het belang van de informatieplichten, noopt de stelling van Handelaar dat zij daarmee onbekend was niet tot de conclusie dat de voormelde gevolgtrekking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en bijgevolg moet uitblijven.
4.9. Consument vorderde niet dat Handelaar wordt veroordeeld tot terugbetaling van de overeengekomen en betaalde prijs in geld. Daartoe kan Handelaar dan ook niet worden veroordeeld. De geschillencommissie bekleedt een zuiver lijdelijke rol. Partijen wordt in overweging gegeven om hun in artikel 6:230s van het Burgerlijk Wetboek en artikel 6:230r van het Burgerlijk Wetboek voorziene ongedaanmakingsverbintenissen vrijwillig na te komen.
4.10. Handelaar zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. Consument betaalde een vastrecht groot € 25,00. Dat bedrag komt voor vergoeding in aanmerking. De geschillencommissie verwijst naar haar procesreglement.
5. De beslissing
5.1. De geschillencommissie:
- beslist, dat de overeenkomst is ontbonden.
- beslist, dat Handelaar wordt veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Consument begroot op € 25,00.
- beslist, dat het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Tegen de beslissing van de geschillencommissie staat geen rechtsmiddel open. De beslissing is bindend. Op grond van art. 7:904 lid 1 BW is de beslissing vernietigbaar, als zij door de inhoud daarvan of de manier waarop zij tot stand gekomen is, zo gebrekkig is dat de gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Op grond van art. 4 Procesreglement moet een vordering tot vernietiging van de beslissing van de geschillencommissie bij de overheidsrechter aanhangig zijn gemaakt binnen twee maanden na de verzending van de beslissing van de geschillencommissie aan de partijen. Voor meer informatie over uw rechten en plichten kunt u contact opnemen met het Juridisch Loket of een rechtsbijstandverlener naar keuze.
