Beslissing 230: Vordering deels toegewezen
Onderwerp van het geschil
Consument heeft op 09-11-2024 een (was)droger gekocht bij Ondernemer voor een prijs van € 350,00. Consument heeft haar ontevredenheid met het Product geuit en contact opgenomen met Ondernemer om het gemeende euvel op te lossen, maar dit is uitgebleven. De geschillencommissie gaat uit van bovenstaande feiten, naar analoge werking van art. 149 Rv.
Inzake is aangeleverd:
- Een memorie van eis.
- Een memorie van verweer.
- Op donderdag 8 juli is het geschil aangemeld bij Stichting DigiDispuut.
Standpunt van Consument
Consument stelt dat zij een Product heeft gekocht met een deur die naar links opent, hetgeen voor haar een doorslaggevend kenmerk zou zijn van het Product. Bij ontvangst van het Product viel Consument op dat het Product naar rechts opende, hetgeen Consument heeft onderbouwd met foto’s van een chatgesprek met Ondernemer over de deur van het Product, en dat het bovendien niet hetzelfde model was als zij had gekocht.
Consument heeft na ontdekking van de gemeende non-conformiteit contact opgenomen met Ondernemer, die een monteur zou sturen om de draairichting van de deur te herstellen. Na maanden uitstel is er volgens Consument alsnog een monteur komen kijken, die concludeerde dat de draairichting van de deur niet kon worden veranderd. Hierna is via de monteur met Ondernemer een afspraak gemaakt om het Product op te halen voor retour en/of vervanging, hetgeen nooit heeft plaatsgevonden. Hierna heeft Consument zich gewend tot de geschillencommissie.
Consument eist “Terugbetaling en het liefst schadevergoeding.”
Standpunt van Ondernemer
Ondernemer heeft niet gereageerd op de eis van Consument. Er is geen verweer gevoerd, noch zijn het standpunt of de argumenten van Consument betwist.
Beoordeling van het geschil
Centraal in dit geschil is de stelling van Consument dat het Product niet aan de overeenkomst beantwoordt. In dit kader heeft Consument de aanwezigheid van het gebrek onderbouwd met beeldmateriaal. Op grond van art. 7:18a lid 2 BW draagt Ondernemer de bewijslast voor het aantonen dat het Product wel conform is, of dat de afwijking geen non-conformiteit tot gevolg heeft.
Inzake slaagt Ondernemer niet in zijn bewijslast, doordat hij niet inhoudelijk op dit onderwerp is ingegaan.
Op grond van art. 7:19a BW komt Consument het recht op terugbetaling toe, conform haar eis. Consument eist naast terugbetaling ook schadevergoeding. Echter heeft Consument nagelaten om de omvang van de geëiste schadevergoeding aan te geven, alsmede wat voor schade er vergoedt, dient te worden. Om deze redenen kan de geschillencommissie geen recht op schadevergoeding aan Consument toekennen.
Beslissing
- De geschillencommissie wijst de vordering deels toe. Ondernemer betaald aan Consument het volledige aankoopbedrag uit, begroot op € 350,00.
- Ondernemer draagt, als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten, begroot op € 25.
- Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Aldus beslist door DigiDispuut op vrijdag 29 augustus 2025.
Tegen de beslissing van de geschillencommissie staat geen rechtsmiddel open. De beslissing is bindend. Op grond van art. 7:904 lid 1 BW is de beslissing vernietigbaar, als zij door de inhoud daarvan of op de manier waarop zij tot stand gekomen is, zo gebrekkig is dat de gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en bindendheid onaanvaardbaar zou zijn. Op grond van art. 4 Procesreglement moet een vordering tot vernietiging van de beslissing van de geschillencommissie bij de overheidsrechter aanhangig zijn gemaakt binnen twee maanden na de verzending van de beslissing van de geschillencommissie aan de partijen. Voor meer informatie over uw rechten en plichten kunt u contact opnemen met het Juridisch Loket of een rechtsbijstandverlener naar keuze.
