From the Blog

Beslissing 232: Schadeclaim corrosie scooter

1. Onderwerp van het geschil

1.1. Consument heeft op 19 juli 2023 in de webwinkel van Ondernemer een elektrische scooter, besteld voor een totaalbedrag van € 4.026,- (er zijn tegelijkertijd ook accessoires besteld, deze zijn echter niet relevant voor onderhavig geschil en zullen buiten beschouwing worden gelaten).

1.2. De scooter werd op 1 september 2023 geleverd.

1.3. Op 27 april 2025, ongeveer anderhalf jaar na de leverdatum, meld Consument per mail dat op verschillende onderdelen van de scooter corrosieschade opgetreden is. De mail bevat tevens een ingebrekestelling en een beroep op garantie.

1.4. Uit het door Consument aangeleverde beeldmateriaal blijkt dat er sprake is van corrosie op de achtervork en op verschillende boutkoppen en moeren van de elektrische scooter.

1.5. Op 5 mei 2025 krijgt Consument bericht van de importeur van de scooter, niet van Ondernemer, dat er geen garantie zal worden toegepast op de schade aan de scooter omdat de scooter lang heeft stilgestaan in een schuur. De importeur schat in dat de corrosie veroorzaakt is vanwege de vochtige en niet geïsoleerde stallingsruimte, daardoor zou de scooter niet in aanmerking komen voor garantie.

1.6. Vervolgens ontstaat er een geschil tussen partijen over de conformiteit van de elektrische scooter.

1.7. Terwijl dit geschil voortduurt, gaat Consument over tot de verkoop van de elektrische scooter aan een derde partij op 9 juni 2025 voor een bedrag van € 1.700,-.

1.8. Het geschil is op 15 juli 2025 door de beoordelaar in behandeling genomen.

2. Standpunt van de consument

2.1. Consument vordert een schadevergoeding vanwege de door hem gestelde non-conformiteit van de elektrische scooter.

2.2. Consument heeft de schade begroot door middel van het online vergelijken van elektrische scooters zonder corrosieschade en de uiteindelijke verkoopprijs, € 1.700,-, van de elektrische scooter die hij had aangeschaft.

2.3. Consument stelt dat dit onderzoek uitwees dat vergelijkbare elektrische scooters zonder corrosieschade tussen de € 2.600,- en € 2.700,- op leveren en dat de schade dus ten minste € 900,- bedroeg. (€ 2.600 – € 1.700,- = € 900,-)

2.4. Consument stelt dat de elektrische scooter niet voldeed aan de verwachtingen die hij redelijkerwijs van de scooter mocht hebben.

2.5. Consument stelt dat de corrosie niet het gevolg is geweest van bijzonder gebruik of onvoldoende onderhoud. Gelet op de lage kilometerstand (75 km) was een onderhoudsbeurt ook nog niet nodig.

2.6. Voor het overige hecht Consument er waarde aan om te wijzen op de door hem als zeer gebrekkig ervaren communicatie met Ondernemer.

3. Standpunt van de ondernemer

3.1. Ondernemer betwist de vordering van Consument.

3.2. Ondernemer stelt dat de ontstane corrosie het gevolg is van langdurige stilstand, bijna twee jaren, van de elektrische scooter in een onvoldoende droge en geventileerde ruimte.

3.3. Ook stelt Ondernemer dat Consument geen onderhoudsbeurt heeft laten uitvoeren terwijl dit volgens Ondernemer wel nodig was om corrosie te voorkomen, ondanks het geringe aantal gereden kilometers.

3.4. Ondernemer verwijst naar het beeldmateriaal ten aanzien van de moeren en bouten en stelt dat dit evengoed schimmel zou kunnen zijn, wat een indicatie is van een te vochtige opslagplek.

3.5. Ondernemer stelt ook dat het inmiddels ook onmogelijk is geworden om de gestelde gebreken te beoordelen nu Consument de elektrische scooter inmiddels heeft verkocht.

3.6. Ook ten aanzien van de berekende schade stelt Ondernemer dat Consument onvoldoende heeft onderbouwd dat de corrosie de oorzaak is van de lagere verkoopprijs. De onderzoeksmethode is volgens Ondernemer arbitrair en onbewezen.

1. Beoordeling van het geschil

De beoordelaar heeft het volgende overwogen:

4.1. Als eerste moet worden vastgesteld of de elektrische scooter voldoet aan de verwachtingen die Consument redelijkerwijs mocht hebben.

4.2. Vervolgens wordt de hoogte van de schade vastgesteld.

 

Conformiteit

4.3. Om te beoordelen of de elektrische scooter aan de redelijke verwachtingen van de Consument voldoet moeten de volgende vraag worden beantwoord:

4.3. A. Moest Consument verwachten dat de scooter corrosie zou ontwikkelen binnen twee jaren na aankoop, met 75 gereden kilometers nadat de scooter lange tijd was opgeslagen in een houten schuur?

4.4. Gelet op het geringe aantal kilometers en de leeftijd van het voertuig ligt het niet voor de hand dat de corrosie het gevolg is van het handelen van Consument. Het door Consument in de stukken beschreven gebruik is te kwalificeren als normaal gebruik van de scooter zoals dit in het maatschappelijk verkeer gangbaar is. Dit geldt ook voor het opslaan van de elektrische scooter in een houten schuur, de mate van ventilatie en droogheid in het midden gelaten.

4.5. Op basis van door partijen geleverde stukken is Beoordelaar van oordeel dat de scooter vanaf het moment van aanschaf onvoldoende beschermd is tegen corrosie. Ook het opslaan van een scooter in suboptimale omstandigheden, zoals wellicht in onderhavig geval aangenomen kan worden, rechtvaardigt niet een dergelijke hoeveelheid corrosie.

4.6. Hoewel Consument een onderhoudsinterval gemist heeft, had dit de roestschade niet voorkomen. In het beste geval was de corrosie op een eerder moment vastgesteld.

4.7. Voor wat betreft het verweer van Ondernemer dat de scooter inmiddels niet geïnspecteerd kan worden wijst de Beoordelaar erop dat Ondernemer in april 2025 op de hoogte gebracht is en dat de reactie op de ingebrekestelling van Consument geen aanbod bevatte tot het inspecteren van de scooter. Verder in het proces is er vanuit Ondernemer ook geen aanstalten gemaakt om alsnog een inspectie te doen. Dit kan Consument dan ook niet worden tegengeworpen.

4.8. Alles in ogenschouw nemende vertoont de elektrische scooter gebreken die Consument redelijkerwijs, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende, niet hoefde te verwachten. Dit betekent dat de scooter niet voldoet aan de eisen van de koopovereenkomst. (art. 7:17 BW)

Schade

4.9. De door Consument gebruikte formule voor het berekenen van de schade komt op Beoordelaar redelijk over. Ondernemer heeft geen alternatieve berekening voorgesteld, maar slechts de waarde van de berekening zoals deze door Consument is opgesteld bestreden.

4.10. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de gestelde waardevermindering een andere oorzaak kent dan de gebreken die de non-conformiteit opleverden, bedoeld onder par. 4.8.

4.11. Op grond van art. 7:24 lid 1 BW in samenhang met art. 6:74 lid 1 BW moet de schade die is ontstaan vanwege de non-conformiteit worden vergoed aan Consument.

1. Beslissing

5.1. De beoordelaar komt tot de volgende beslissing:

5.2. De vordering van Consument wordt toegewezen.

5.3. Ondernemer vergoedt de door Consument geleden schade begroot op € 900,- binnen twee weken na het verzenden van deze beslissing aan partijen.

5.4. Indien Ondernemer geen gehoor geeft aan deze beslissing binnen de gestelde termijnen, verbeurt hij aan Consument een boete van € 50,00 per dag dat hij in gebreke blijft, tot een maximum van € 1.500.

5.5. Ondernemer vergoedt de proceskosten van € 25,- aan Consument.

5.6. Aldus beslist DigiDispuut op maandag 11 augustus 2025.