From the Blog

Beslissing 273: Non‑conformiteit bij lakschade aan eettafel

Onderwerp van het geschil

Consument heeft op 22-12-2025 een eettafel (hierna: Product) gekocht bij Ondernemer voor een prijs van €399,97.

Op de dag van levering constateerde Consument lakschade aan het onderstel van het Product. Consument ziet deze schade als non-conformiteit, hetgeen Ondernemer betwist. Ondernemer heeft aangeboden een nieuw onderstel te leveren of om het gehele Product kosteloos op te halen voor een technische inspectie door Ondernemer, waarna Ondernemer zou kunnen besluiten al dan niet het aankoopbedrag aan Consument te vergoeden. Deze voorstellen zijn niet door Consument geaccepteerd. Vervolgens heeft Consument zich gericht tot WebwinkelKeur die als tussenpersoon heeft bemiddeld tussen beide partijen. Ook dit heeft niet tot een oplossing geleid, waardoor het geschil vervolgens door Consument is voorgelegd aan de geschillencommissie. De geschillencommissie gaat uit van bovenstaande feiten, naar analogie van art. 149 Rv.

 

Inzake is aangeleverd:

  • Een memorie van eis.
  • Een memorie van verweer.
  • Op 06-03-2025 is het geschil aangemeld bij Stichting DigiDispuut.

Standpunt van Consument

Consument geeft aan dat hij kort na ontvangst van het Product een lakschade aan het onderstel van het Product heeft geconstateerd. Naar het zeggen van Consument is de fineer-toplaag bezweken en gescheurd tijdens zijn handmatige montage van het tafelblad. Consument zegt de handmatige montage exact volgens de meegeleverde instructies te hebben gedaan en met de daarvoor bijgeleverde inbussleutel.

Consument stelt dat, gezien de schade aan het Product naar zeggen is ontstaan tijdens montage conform de instructies en met het daarvoor bestemde gereedschap, de schade duidt op een gebrek intrinsiek aan het aan hem geleverde Product. Hierdoor beantwoordt het Product volgens Consument niet aan de overeenkomst. Om deze redenen eist Consument terugbetaling van de aankoopsom van €399,97. Ook eist Consument kosteloze retourname, danwel kosteloos door hem afvoeren van het Product, alsmede vergoeding van de proceskosten voor het aanhangig maken van het geschil bij de geschillencommissie.

Standpunt van Ondernemer

Ondernemer stelt dat schade zoals aan het Product voor de hand ligt wanneer een blad dat daar gevoelig voor is, zoals het blad van het Product, te strak wordt aangedraaid tijdens de montage. Ter onderbouwing geeft Ondernemer aan dat de scheuren in het Product zijn ontstaan op de plekken waar het onderstel is gemonteerd op het blad en dat dit ook is bevonden door drie technische diensten binnen het bedrijf van Ondernemer.

Naast bovenstaande benadrukt Ondernemer meerdere mogelijke oplossingen te hebben voorgesteld aan Consument, te weten een nieuw onderstel, korting of kosteloze afhaal en controle van het Product door Ondernemer, waarna ontbinding van de overeenkomst een mogelijkheid zou kunnen zijn.

Beoordeling van het geschil

In dit geschil heeft Consument gesteld dat er sprake is van non-conformiteit aan zijde Ondernemer.

Consument heeft toegegeven dat de schade is ontstaan tijdens zijn handmatige montage van het Product, maar geeft aan dat de door hem uitgevoerde montage conform de door Ondernemer bijgevoegde instructies is gedaan en met het door Ondernemer bijgevoegde gereedschap, en dat het ontstaan van schade aan het Product bij behoorlijke montage wijst op een intrinsiek gebrek aan het Product. Als verkoper is het aan Ondernemer om de conformiteit van zijn Product te bewijzen nu deze door Consument in twijfel is getrokken, conform art. 7:18a lid 2 BW.

Ondernemer stelt in zijn memorie van verweer dat de schade door de klant zelf is aangebracht. Hij geeft aan dat de scheuren zijn ontstaan daar waar het onderstel is gemonteerd op het blad van het Product en dat een blad dat te strak wordt aangedraaid aan het onderstel vatbaar is voor dergelijke scheuren. Naar zeggen wordt dit door drie technische diensten binnen het bedrijf van Ondernemer bevestigd. De commissie merkt op dat deze stelling niet is onderbouwd met een schrijven van een of meerdere van de genoemde technische diensten.

Door Ondernemer gesteld, en door Consument erkend, is dat Ondernemer mogelijkheden heeft geboden om het gebrek aan het Product te verhelpen door bijvoorbeeld het leveren van een vervangend tafelblad. Consument heeft dit geweigerd omdat hij naar eigen zeggen het vertrouwen in Ondernemer is verloren. Consument heeft aangegeven enkel genoegen te nemen met ontbinding en terugbetaling. Ondernemer heeft tevens aangeboden het Product op kosten van Ondernemer af te halen en te beoordelen, maar Consument heeft dit geweigerd omdat hij dit ziet als “een slager die zijn eigen vlees keurt.” Consument beroept zich op ontbinding van de overeenkomst op grond van art. 7:22 lid 1 BW. Deze mogelijkheid komt hem echter pas toe als herstel of vervanging van het product onmogelijk is of door Ondernemer wordt geweigerd. In tegendeel heeft Ondernemer voorstellen gedaan gericht op het herstel of het nadere onderzoek van het gebrek op kosten van Ondernemer, welke door Consument zijn geweigerd. De vereisten voor de door hem bedoelde bevoegdheid tot ontbinding zijn dan ook niet voldaan, nu er geen blijk is dat herstel of vervanging van het Product onmogelijk is. Consument heeft hiermee niet voldaan aan zijn medewerkingsplicht, waardoor een non-conformiteit niet kan worden vastgesteld danwel worden verholpen en het in art. 7:22 lid 1 BW bedoelde recht hem niet toekomt.

Beslissing

  1. De geschillencommissie wijst de vordering af. De koopovereenkomst die onderwerp van de vordering is, wordt niet door de geschillencommissie ontbonden.
  2. Consument draagt, als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten, begroot op € 25.
  3. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Aldus beslist door DigiDispuut op dinsdag 5 mei 2026.

Tegen de beslissing van de geschillencommissie staat geen rechtsmiddel open. De beslissing is bindend. Op grond van art. 7:904 lid 1 BW is de beslissing vernietigbaar, als zij door de inhoud daarvan of op de manier waarop zij tot stand gekomen is, zo gebrekkig is dat de gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Op grond van art. 4 Procesreglement moet een vordering tot vernietiging van de beslissing van de geschillencommissie bij de overheidsrechter aanhangig zijn gemaakt binnen twee maanden na de verzending van de beslissing van de geschillencommissie aan de partijen. Voor meer informatie over uw rechten en plichten kunt u contact opnemen met het Juridisch Loket of een rechtsbijstandverlener naar keuze.