From the Blog

Beslissing 282: Levering van een tweedekansproduct en de gevolgen van niet‑voorraad

Onderwerp van het geschil

De casus in het kort

Op 29 januari 2026 heeft Consument een benzinekettingzaag gekocht via de webshop van Handelaar voor een bedrag van in totaal € 549,00. De bestelde zaag was een zogenoemd Tweedekansexemplaar met gebruikssporen en een beschadigde verpakking. Op het moment dat Handelaar zou gaan leveren, bleek de door Consument gekochte kettingzaag niet meer voorradig te zijn. Handelaar heeft Consument een alternatief aangeboden, nl. levering van een ander exemplaar tegen bijbetaling van een bedrag van € 176,00 (de prijs van het aangeboden alternatief was € 725,00). Consument ging daarmee niet akkoord, waarop Handelaar de bestelling heeft geannuleerd en het aankoopbedrag heeft gerestitueerd. Consument is het niet eens met deze ‘oplossing’ en eist nakoming. Partijen komen er, ook na bemiddeling door WebWinkelKeur, niet uit. Consument heeft het geschil daarop voor beoordeling aangemeld bij DigiDispuut.

De kernvraag van het geschil

Het geschil betreft de vraag of een klant recht heeft op de levering van een vergelijkbaar of een ander, duurder product wanneer Handelaar het gekochte tweedekansproduct niet kan of wil te leveren.

Standpunt van de Consument

Consument stelt zich op het standpunt dat de koopovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd en eist primair nakoming van de koopovereenkomst (immers: een basisregel van ons recht is ‘pacta sunt servanda’, wat zoveel betekent als overeenkomsten moeten worden nagekomen), dan wel levering van een passend alternatief. Subsidiair eist Consument een schadevergoeding die hem in staat stelt tot een zogenoemde dekkingskoop, dan wel een door DigiDispuut in goede justitie te bepalen passende oplossing en daarnaast vergoeding van eventuele en toekomstige (buiten)gerechtelijke kosten.

Standpunt van de Handelaar

Handelaar betwist de vorderingen van eiser en stelt zich op het standpunt dat hij zich gedurende het gehele traject zorgvuldig en redelijk heeft opgesteld. Hij stelt voorts dat de overeenkomst betrekking had op een individueel bepaald tweedehands exemplaar, dat levering van een nieuw product niet aan de orde is en voorts dat er geen concrete, aantoonbare schade is aan de zijde van Consument.

Overwegingen

Bevoegdheid van de geschillencommissie

Tussen Consument en Handelaar is op 29 januari 2026 een consumentenkoopovereenkomst op afstand tot stand gekomen. Het geschil valt daarmee, conform artikel 5 van het procesreglement van geschillenplatform DigiDispuut, onder de beoordelingsbevoegdheid van DigiDispuut. Handelaar is aangesloten bij het keurmerk van WebwinkelKeur.

Het lidmaatschap vereist voorafgaande instemming met de beoordeling door DigiDispuut van gerezen geschillen als consumenten dit wensen.

Tussen partijen staat vast dat er een geldige koopovereenkomst met betrekking tot de kettingzaag tot stand is gekomen. Hierna heeft Handelaar besloten deze overeenkomst niet na te komen op basis van overwegingen die Consument ten tijde van de koop niet bekend waren (namelijk het niet op voorraad zijn van het product).

De verwachtingen van Consument

Wat is een tweedekansproduct en wat mocht Consument dus verwachten? Tweedekansartikelen zijn artikelen die om uiteenlopende redenen, veelal lichte gebruiksschade, tegen een lagere prijs worden aangeboden. Op de website van Handelaar is onder ‘Duurzaamheid’ onder andere te vinden wat Handelaar verstaat onder een ‘Tweedekans’-product . De omschrijving luidt als volgt:

Duurzaamheid 

Duurzaam aanbod: Tweedekansproducten

Een belangrijk onderdeel van onze duurzame aanpak is ons Tweedekans-programma. Hiermee geven we producten een tweede leven.

Wat zijn Tweedekansproducten?

Dit zijn producten die retour zijn gekomen, als demonstratiemodel zijn gebruikt of licht beschadigde verpakkingen hebben. Deze worden grondig gecontroleerd door onze monteurs.

Voordelen van Tweedekans:

  • Minder verspilling: Door producten opnieuw aan te bieden, dragen we bij aan het verminderen van afval.
  • Scherpe prijzen: tweedekans-producten zijn voordeliger, zonder concessies te doen aan kwaliteit.
  • Eerlijke informatie: We vermelden duidelijk de staat van het product, zodat je precies weet wat je koopt.

De omvang van de gebruikssporen, c.q. beschadigingen die een tweedekans product vertoont worden verder globaal beschreven in de productinformatie bij het aangeboden artikel. Het gaat om: gebruikssporen en schade aan de doos (geen schade aan het artikel). De exacte staat van het artikel wordt hiermee echter niet duidelijk. Zodoende is op basis van deze informatie ook niet exact vast te stellen waarom het product (sterk) in prijs was verlaagd. De bestelbevestiging ter zake van de aankoop van de kettingzaag bevat evenmin informatie waarmee is vast te stellen wat de exacte staat van de kettingzaag was.

Het verweer van Handelaar, dat levering niet kan worden geëist omdat de kettingzaag een ‘per uniek identificatienummer geregistreerd’ specifiek exemplaar is, gaat in beginsel niet op. Het artikel is naar zijn aard niet uniek, althans niet op een manier waarop bijvoorbeeld een

schilderij dat is. Een kettingzaag is naar zijn aard een artikel dat geschikt is voor  massaproductie, een artikel dat ook op diverse plaatsen wordt aangeboden. Van een schilderij is er maar één. Consument hoefde tenslotte niet te verwachten dat Handelaar kon besluiten de overeenkomst niet na te komen. Hij mocht rekenen op levering van de bestelde kettingzaag.

De verplichting van Handelaar tot nakomen

Pacta Sunt Servanda is één van de basisregels in het internationale contractenrecht. Het beginsel was heel krachtig neergelegd in het oude Nederlandse Burgerlijk Wetboek: “Alle wettiglijk gemaakte overeenkomsten strekken dengenen die dezelve hebben aangegaan tot wet” (art. 1374, lid 1 oud BW).

In het huidige Burgerlijk Wetboek is een subtielere verankering van dit beginsel te vinden in artikel 3:296 lid 1 BW: “Tenzij uit de wet, uit de aard der verplichting of uit een rechtshandeling anders volgt, wordt hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe door de rechter, op vordering van de gerechtigde, veroordeeld.”

Dát er een verplichting tot leveren aan de zijde van Handelaar bestaat, is daarmee vastgesteld. De volgende vraag is echter wát dan moet worden geleverd. De basis voor waar het de koopovereenkomst betreft is te vinden in de artikelen artikel 7:9 lid 1 BW jo. 7:17 BW 1). Consument mocht rekenen op een kettingzaag die aan de koopovereenkomst beantwoordt.

De standpunten van partijen

Handelaar stelt in dat verband dat er geen rechtsgrond bestaat voor het leveren van een artikel tegen gunstigere voorwaarden dan overeengekomen, te weten een nieuw(er) of minder beschadigd exemplaar dan door Consument is aangekocht. Daarin heeft Handelaar op zich gelijk. Consument mocht een artikel verwachten dat voldoet aan de overeenkomst, en die overeenkomst betrof een kettingzaag met een zekere mate van beschadiging. Omdat het desbetreffende artikel niet meer voorradig was, is nakoming daarom feitelijk onmogelijk. Wat in zo’n geval resteert, is schadevergoeding. Door Consument is weliswaar geen schadeberekening ingediend, maar de beoordelaar stelt in zo’n geval de schade van Consument naar redelijkheid en billijkheid vast.

Consument stelt dat een beroep op onmogelijkheid in casu niet slaagt, omdat Handelaar zichzelf in deze situatie heeft gebracht (bijvoorbeeld door verkoop aan een andere koper). Het feit dat de kettingzaag niet meer te leveren was ligt in ‘eigen schuld’ van Handelaar, althans, is gelegen in de risicosfeer van Handelaar, aldus Consument. Hij verwijst daarbij naar een arrest van de Hoge Raad uit 1976 (Oosterhuis/Unigro) 2), waarin de termen absoluut en relatief onmogelijk worden uitgewerkt. Van relatieve onmogelijkheid is sprake, indien de schuldenaar slechts kan nakomen door het brengen van offers die in redelijkheid niet van hem kunnen worden gevergd. Met onmogelijkheid wordt op één lijn gesteld de situatie  waarin nakoming slechts mogelijk is door het brengen van onredelijke offers, waarvan in het onderhavige geval niet is gebleken. 3)

Consument vindt dat niet kan worden gesteld dat nakoming ‘slechts mogelijk is door het brengen van onredelijke offers’. Om die reden gaat een beroep op onmogelijkheid tot leveren niet op, vindt Consument. Bovendien is hij van mening dat het voor Handelaar niet onmogelijk is om hem een kettingzaag van het aangekochte type te leveren. Handelaar biedt de kettingzaag in nieuwe uitvoering immers als vast artikel in zijn assortiment in de webshop aan. Het leveren van zo’n nieuwe zaag is naar het oordeel van Consument geen ‘onredelijk offer’.

Of dat het al dan niet het geval is kan naar de mening van beoordelaar in het midden blijven. Waar het om gaat, is allereerst vast te stellen waarop Consument precies recht heeft en dan te bezien of Handelaar geacht kan worden precies dát te leveren. Is dat niet het geval, dan heeft Consument recht op compensatie in de vorm van schadevergoeding.

Een bijkomende discussie wordt ingeleid met de vraag: gaat het om de levering van ‘dit specifieke exemplaar’? Een vraag die Consument met ‘nee’ beantwoordt . Het gaat hem om een exemplaar met deze eigenschappen. Handelaar beantwoordt de vraag met ‘ja’. Naar zijn mening is de bestelde zaag een uniek exemplaar. Nu de desbetreffende zaag niet meer op voorraad bleek te zijn, was leveren naar zijn mening onmogelijk geworden.

Van een uniek exemplaar in de zin van wet en jurisprudentie is echter naar de mening van de beoordelaar geen sprake. Met ‘uniek exemplaar’ in juridisch opzicht wordt gedoeld op een zaak, bijvoorbeeld een schilderij, waarvan er op de wereld maar één is. Een zaak die naar zijn aard uniek is. Een kettingzaag is dat niet. Dat is een artikel geschikt  voor massaproductie. Kettingzagen van dit type zijn onderling uitwisselbaar. Het verweer dat de kettingzaag een uniek identificatienummer had doet daaraan niet af. Consument heeft de kettingzaag niet gekocht vanwege zijn unieke identificatienummer, maar vanwege zijn eigenschappen. Het unieke identificatienummer wordt overigens ook niet genoemd in de bestelbevestiging die Consument heeft ontvangen.

Echter, als Handelaar, zoals Consument dat primair eist, deze een andere, nieuwe, ongebruikte kettingzaag zou leveren in plaats van het niet te leveren exemplaar, dan zou Consument in feite meer krijgen dan waar hij op basis van de koopovereenkomst recht op heeft. Om die reden is de beoordelaar van mening dat ontbinding van de koopovereenkomst, restitutie van de aankoopsom en een schadevergoeding meer recht doen aan hetgeen Consument op basis van de koopovereenkomst mocht verwachten.

Conclusie

Handelaar is in beginsel verplicht tot nakomen Maar wat, c.q. hoe moet Handelaar de koopovereenkomst nakomen, met andere woorden, wat mocht Consument verwachten op basis van de koopovereenkomst? Dat is een tweedekans kettingzaag, een zaag die weliswaar  werkt, die doet waarvoor hij wordt aangekocht, maar met gebruikssporen, mogelijk zelfs lichte schade.

Op basis hiervan concludeert de beoordelaar dat Consument bij een sterk in prijs verlaagd product niet behoefde te verwachten dat dit zonder beschadigingen zou zijn. Hij mocht verwachten dat het tweedekans product weliswaar goed zou werken, maar ook zichtbare beschadigingen zou hebben. Consument hoeft daarentegen niet te verwachten dat

Handelaar kan besluiten de overeenkomst niet na te komen. Nu Handelaar heeft aangegeven de geldige overeenkomst niet te willen of kunnen nakomen, is Handelaar van rechtswege in verzuim.

Een vordering tot nakoming acht de beoordelaar niet toewijsbaar, nu het hier om een product met specifieke eigenschappen gaat, inclusief enige gebruikssporen of beschadigingen, waarvan overigens niet exact is komen vast te staan wat die precieze eigenschappen waren. Ook daarom is niet vast te stellen wanneer een product ‘vergelijkbaar’ is.

Een vordering tot levering van een nieuwe, ongebruikte kettingzaag van hetzelfde type is evenmin toewijsbaar, omdat Consument bewust geen nieuwe kettingzaag heeft gekocht, maar een tweedekansproduct . Zou Handelaar gedwongen worden om een nieuwe, ongebruikte kettingzaag van hetzelfde type aan Consument te leveren, dan zou laatstgenoemde er flink op vooruitgaan en dat is meer dan waar Consument recht op heeft.

Uitgangspunt bij het beoordelen van schade is, dat de schade-lijdende partij, in dit geval Consument, krijgt wat hij mocht verwachten, niet minder, maar ook niet meer. Dat geldt zowel als het aankomt op nakomen, als bij het berekenen van een schadevergoeding. Nu nakomen alleen mogelijk is als Consument een duurder, beter artikel geleverd krijgt en Handelaar daartoe niet bereid is, is het verzuim daarmee gegeven en resteert ontbinding van de koopovereenkomst, aangevuld met compensatie in de vorm van een schadevergoeding.

Met het gerestitueerde aankoopbedrag en een aanvullende schadevergoeding kan Consument een zogenoemde dekkingskoop doen om zo alsnog in het bezit te komen van een kettingzaag van het gewenste type. Zoals in een eerdere fase van dit geschil is gebleken, is een vergelijkbaar artikel tegen een vergelijkbare prijs op de markt niet te vinden. Consument zal daarom een hoger bedrag moeten neerleggen om dit type kettingzaag in bezit te krijgen. De schade die Consument lijdt, is niet objectief vast te stellen. De omvang van de beschadigingen van het tweedekansartikel is immers niet exact duidelijk geworden. De beoordelaar zal de schade die Consument heeft geleden daarom naar redelijkheid en billijkheid begroten.

Beoordeling van het geschil

Tussen partijen staat vast dat er een geldige koopovereenkomst met betrekking tot de kettingzaag tot stand is gekomen. Hierna heeft Handelaar besloten deze overeenkomst niet na te komen op basis van overwegingen die Consument ten tijde van de koop niet bekend waren (het artikel bleek niet meer op voorraad te zijn).

Op basis hiervan concludeert de beoordelaar dat Consument bij een sterk in prijs verlaagd product niet behoefde te verwachten dat dit zonder beschadigingen zou zijn. Hij mocht verwachten dat het tweedekansproduct weliswaar goed zou werken, maar ook zichtbare beschadigingen zou hebben. Consument hoeft voorts niet te verwachten dat Handelaar kan besluiten de overeenkomst niet na te komen. Nu Handelaar heeft aangegeven de geldige overeenkomst niet te willen, c.q. kunnen nakomen, is Handelaar van rechtswege in verzuim.

Een vordering tot nakoming acht de beoordelaar niet toewijsbaar nu het hier om een  product met een zekere mate van gebruikssporen en/of beschadigingen gaat, waarbij overigens niet exact is komen vast te staan wát de precieze eigenschappen van het product waren. Het is daarom, met andere woorden, niet vast te stellen wanneer een product ‘vergelijkbaar’ is.

Een vordering tot levering van een nieuwe kettingzaag van hetzelfde type is niet toewijsbaar omdat Consument bewust geen nieuwe kettingzaag heeft gekocht, maar een tweedekans product. Zou Handelaar gedwongen worden om een nieuwe kettingzaag van hetzelfde type aan Consument te leveren, dan zou laatstgenoemde er flink op vooruitgaan en dat is meer dan waar Consument recht op heeft.

Wel heeft Consument door het ingetreden verzuim recht op schadevergoeding. Zoals in een eerdere fase van dit geschil is gebleken, is een vergelijkbaar artikel tegen een vergelijkbare prijs  op de markt niet te vinden. Consument zal daarom een hoger bedrag moeten neerleggen om dit type kettingzaag in bezit te krijgen. Deze schade laat zich echter niet objectief vaststellen. Aangezien de omvang van de beschadigingen niet exact duidelijk is geworden, is niet vast te stellen waarom de kettingzaag zo sterk in prijs was verlaagd. De beoordelaar zal de schade die Consument heeft geleden daarom naar redelijkheid en billijkheid begroten.

Op internet vond de beoordelaar kettingzagen van het type dat Consument had aangekocht voor prijzen vanaf € 750. Er kan voorts worden vastgesteld dat het verschil tussen de nieuwprijs van de kettingzaag in de webshop van Handelaar (€ 1.019,00) en de door Consument betaalde koopprijs (€ 549,00) € 470,00 bedraagt. De beoordelaar acht het redelijk om ongeveer de helft van dat bedrag, te weten € 250,00, ten laste van Handelaar te brengen. Als Consument de aankoopsom terugkrijgt en een aanvullende schadevergoeding ontvangt van in totaal € 250,00, zou Consument in staat moeten zijn hiermee een kettingzaag te kopen die voldoet aan de verwachtingen die hij (ook) ter zake van de gekochte kettingzaag mocht hebben. Dit betekent dat Consument als schadevergoeding recht heeft op een bedrag van € 250,00.

Beslissing

De beoordelaar komt tot de volgende beslissing:

Voor zover noodzakelijk verklaart de beoordelaar de tussen partijen gesloten koopovereenkomst inzake de kettingzaag voor ontbonden.

Het door Consument subsidiair gevorderde wordt toegewezen: Handelaar dient aan Consument naast het aankoopbedrag, te weten € 549,00, een bedrag van € 250,00 aan schadevergoeding te betalen. Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Handelaar moet als de in het ongelijk gestelde partij voorts het betaalde klachtengeld ad € 25,00 aan Consument vergoeden.

Handelaar dient binnen 14 dagen nadat de inhoud van deze beslissing aan hem bekend is gemaakt, uitvoering te geven aan zijn verplichtingen die volgen uit deze bindende beslissing.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt Handelaar aan Consument bovendien de wettelijke rente over het op basis van deze beslissing toegewezen bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Aldus beslist door DigiDispuut op 11 mei 2026

 

 Noten

1)

Artikel 7:9 BW

  1. De verkoper is verplicht de verkochte zaak met toebehoren in eigendom over te dragen en

af te leveren. (…)

Artikel 7:17 BW

  1. De afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden. (…)

 

2)

HR 21 mei 1976, NJ 1977, 73 (Oosterhuis/Unigro)

 

3)

Punt 6.28 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 12-11-2024 / 200.329.047_01

Van relatieve onmogelijkheid is sprake, indien de schuldenaar slechts kan nakomen door het brengen van offers die in redelijkheid niet van hem kunnen worden gevergd. In dit arrest wordt ook het door Consument genoemde arrest van de Hoge Raad HR 21 mei 1976, NJ 1977, 73 (Oosterhuis/Unigro) aangehaald.