From the Blog

Beslissing 306: Ontbinding van de koop na een ongeval met een fatbike

1. Onderwerp van het geschil

1.1. Consument heeft op 23 april 2026 in de webwinkel van Ondernemer een fatbike voor een bedrag van € 999,- besteld.

1.2. Op 30 april 2026 maakt Consument melding bij Ondernemer van een piepende of krakende vering. Ondernemer neemt de fatbike vervolgens terug en vervangt de achtervering kosteloos.

1.3. Ondernemer heeft een nieuwe achtervering geplaatst en deze strakker afgesteld op 1 mei 2026. Vervolgens is de fatbike teruggebracht aan de Consument.

1.4. Op 18 mei 2026 meldt Consument dat er een valpartij is geweest met de fatbike vanwege een losgeraakt onderdeel aan de reminrichting van de fatbike. Hierbij zou zowel de fatbike als een schoen beschadigd zijn geraakt.

1.5. Consument tracht vervolgens de overeenkomst te ontbinden die tussen partijen bestaat en stelt Ondernemer aansprakelijk voor de aan de schoen ontstane schade.

1.6. Ondernemer neemt, na bemiddeling tussen partijen door WebwinkelKeur, de fatbike voor onderzoek terug.

1.7. Op 18 juni 2026 is de fatbike door Ondernemer onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat de remhendel uit het pompsysteem was gekomen.

1.8. Ondernemer biedt daarna aan om de fatbike terug te leveren na het terugplaatsen van de remhendel en een algemene controle aan de fatbike.

1.9. Vervolgens ontstaat er tussen partijen een geschil ten aanzien van zowel de aansprakelijkheid van de door Consument gestelde schade als het ontbinden van de koopovereenkomst.

1.10. Op 15 augustus 2026 heeft beoordelaar een aanvullend informatieverzoek gericht aan Consument ten aanzien van de door haar gestelde waarde van de beschadigde schoen. Consument heeft hierop een bankafschrift opgestuurd waaruit blijkt dat zij op 23 april 2026 een pintransactie met een waarde van € 39,99 heeft gedaan bij een schoenenwinkel.

 

1.11. Het geschil is op 13 augustus 2026 door Stichting DigiDispuut in behandeling genomen.

 

2. Standpunt van de consument

2.1. Consument vordert ontbinding van de koopovereenkomst op grond van non-conformiteit en een schadevergoeding voor schade die ontstaan zou zijn aan de schoen van haar dochter (€ 39,99) vanwege de non-conformiteit van de fatbike ex art. 7:24 lid 1 BW jo. art. 6:74 BW.

2.2. Consument stelt dat de fatbike niet voldoet aan de redelijke verwachtingen die zij daarvan mocht hebben. Consument wijst hierbij op de voorvallen met zowel de achtervering, loszittend zadel en de losse remhendel.

2.3. Ook vertrouwt Consument niet langer in de fatbike die Ondernemer haar weer terug wenst te leveren vanwege het feit dat haar dochter vanwege het tweede voorval met de fatbike ten val gekomen is.

2.4. Consument heeft foto’s overlegd van de schade aan de fatbike en de schoen naar aanleiding van het eenzijdig ongeval dat haar dochter op de fatbike gehad heeft.

3. Standpunt van de ondernemer

3.1. Ondernemer voert gemotiveerd verweer en betwist de stelling van Consument.

3.2. Ondernemer stelt ten aanzien van de conformiteit van de fatbike dat de fatbike slechts ten aanzien van de reminrichting niet conform de koopovereenkomst is geweest. De achtervering is uit coulance vervangen en vertoonde geen gebreken. Daarnaast is er volgens Ondernemer geen klacht geweest ten aanzien van het zadel.

3.3. Voor wat betreft het loszittende zadel stelt Ondernemer dat dit niet zou moeten worden meegenomen in de afweging aangezien Consument hier tot onderhavig geschil niet over is begonnen.

3.4. Verder staat het voor Ondernemer niet vast of de schade aan de reminrichting nu de veroorzaker of het gevolg is geweest van het eenzijdig ongeval van de dochter van Consument.

3.5. Ondernemer heeft opnieuw vanuit klantvriendelijkheid gekozen om de schade aan de reminrichting kosteloos te vervangen. Ondernemer stelt dat dit hem niet kan worden tegengeworpen.

3.6. Ondernemer stelt dat het vertrouwen van Consument in de fiets niet van juridisch belang is nu de fiets door Ondernemer is gecontroleerd en veilig en conform is bevonden.

3.7. Ondernemer betwist ook aansprakelijkheid ten aanzien van de schade aan de schoen, het is wat Ondernemer betreft onvoldoende aannemelijk dat de schade aan de schoen is ontstaan in verband met eventuele non-conformiteit van de fatbike.

4. Beoordeling van het geschil

De beoordelaar heeft het volgende overwogen:

Conformiteit

4.1. Op grond van artikel 7:17 BW moet een zaak aan de overeenkomst beantwoorden.

4.2. Daarbij moet de zaak onder meer de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan koper, Consument in dit geval, de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen.

4.3. Indien, zoals in onderhavig geval, binnen één jaar na aflevering blijkt dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, wordt ingevolge artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, tenzij de aard van de zaak of het gebrek zich daartegen verzet.

4.4. Voor de beoordeling van de conformiteit van de fatbike gaat beoordelaar gedeeltelijk mee in het verweer van Ondernemer ten aanzien van de voorvallen met de achtervering en het door Consument gestelde gebrek aan het zadel.

4.5. Dat betekent dat het vervangen van de achtervering niet als het herstellen van een gebrek in de zin van art. art. 7:21 lid 1 sub b BW zal worden gewogen. De stelling omtrent het zadel zal in zijn geheel buiten beschouwing worden gelaten nu Consument niet heeft aangetoond dat er sprake was van een loszittend zadel of dat Ondernemer hier op zou zijn geattendeerd.

4.6. Voor wat betreft het geconstateerde gebrek aan de reminrichting geldt echter dat conform art. 7:18a lid 2 BW vermoed wordt dat het gebrek reeds bij levering aanwezig was tenzij Ondernemer een andere oorzaak kan aantonen die onder het risico van Consument valt.

4.7. In dit geval is beoordelaar van oordeel dat Ondernemer onvoldoende bewijs heeft om het vermoeden onder 4.6 te weerleggen. Het is onvoldoende om te stellen dat de niet-functionerende reminrichting ook het gevolg had kunnen zijn van een valpartij in plaats van de oorzaak. Dit perspectief op de casus wordt verder ook niet ondersteund met bewijs zoals de aard van de schade aan de reminrichting.

4.8. Dit betekent dat de fatbike niet conform de overeenkomst is geweest.

 

Gevolgen non-conformiteit

4.9. Uit art. 7:22 lid 1 en 2 BW volgt dat Consument, onder de daar genoemde voorwaarden, de koopovereenkomst in beginsel pas kan ontbinden nadat Ondernemer kans is geboden om de fatbike te herstellen en Ondernemer dit nagelaten heeft.

4.10. Nu staat vast dat de reminrichting van de fatbike niet aan de overeenkomst beantwoordde.

4.11. Ondernemer heeft de remhendel teruggeplaatst en de fatbike vervolgens aan een algemene controle onderworpen. Naar het oordeel van beoordelaar heeft Ondernemer daarmee herstel verricht zoals omschreven in art. 7:21 lid 1 sub b BW.

4.12. Indien dit herstel de geconstateerde non-conformiteit daadwerkelijk heeft weggenomen en de fatbike daarmee weer aan de overeenkomst beantwoordt, vormt de enkele omstandigheid dat Consument het vertrouwen in de fatbike heeft verloren onvoldoende grond voor het toewijzen van de ontbinding van de koopovereenkomst.

4.13. Dit laat uiteraard onverlet het recht van Consument om de koopovereenkomst alsnog te ontbinden indien er binnen afzienbare tijd wederom een gebrek optreedt aan de fatbike, waarbij het gebrek niet het gevolg kan zijn van bijzonder gebruik van de fatbike.

 

Aansprakelijkheid schade

4.14. Dan rest nu nog de bespreking van de gestelde schade aan de schoen.

4.15. Art. 7:24 BW samen met art. 6:74 BW regelt dat elke tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst de schuldenaar verplicht om de daaruit ontstane schade te vergoeden aan de schuldeiser. In dit geval is Consument de schuldeiser en Ondernemer de schuldenaar.

4.16. Voor vergoeding van deze schade is vereist dat komt vast te staan dat de beschadiging het gevolg is van de non-conformiteit van de fatbike en dat deze schade aan Ondernemer kan worden toegerekend.

 

Non-conformiteit & toerekening

4.17. Naar het oordeel van beoordelaar is het aannemelijk dat de schade is ontstaan na een valpartij welke veroorzaakt is door een defect aan de reminrichting aan de fatbike.

4.18. Dit wordt ondersteund door het beeldmateriaal waarop zowel de schade aan de trapper van de fatbike als de schoen te zien is.

4.19. De zichtbare schade is wat Beoordelaar betreft in lijn met de door Consument geschetste situatie. De door Ondernemer gebrachte verweren zijn onvoldoende om tot een andere conclusie te komen ten aanzien van de feiten.

4.20. De schade is het gevolg van een tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst door Ondernemer. De schade is aan Ondernemer toerekenbaar.

 

Schadeberekening

4.21. Voor zover de gestelde schade voldoende is onderbouwd komt deze in beginsel voor vergoeding in aanmerking. Daarbij geldt wel dat alleen de daadwerkelijk geleden en redelijkerwijs aan de valpartij toe te rekenen schade voor vergoeding in aanmerking komt.

4.22. Consument heeft een bewijs van een bankoverschrijving in de stukken bijgevoegd. Consument heeft gesteld dat de schoen een waarde van € 39,99 vertegenwoordigde. Hoewel er een gespecificeerd aankoopbewijs ontbreekt komt de waarde van de schoenen beoordelaar aannemelijk voor.

4.23. Uit de stukken is nu af te leiden dat de schoen minder dan een maand oud was op het moment van het schadeveroorzakende voorval.

5. Beslissing

5.1. De beoordelaar komt tot de volgende beslissing:

5.2. De vordering van Consument wordt gedeeltelijk toegewezen.

5.2.A. Ondernemer vergoedt binnen twee weken na ontvangst van deze beslissing aan Consument de waarde van de beschadigde schoen van € 39,99.

5.2.B. Ontbinding van de koopovereenkomst is op dit moment niet gerechtvaardigd. Ondernemer brengt de fatbike binnen vier weken na ontvangst van deze beslissing kosteloos terug bij Consument.

5.2.C. De beoordeling van dit geschil laat onverlet het recht van Consument om, in het geval dat zich er nogmaals een tekortkoming voordoet aan de fatbike die ontbinding rechtvaardigt, over te gaan tot ontbinding van de koopovereenkomst conform art. 7:22 BW.

5.3. Indien Ondernemer geen gehoor geeft aan deze beslissing binnen de gestelde termijnen, verbeurt hij aan Consument een boete van € 50,00 per dag dat hij in gebreke blijft, tot een maximum van € 1.000,-.

5.4. Ondernemer vergoedt de kosten voor de aanmelding van het geschil bij Stichting DigiDispuut voor een bedrag van € 25,- conform het procesreglement.

 

5.5. Aldus beslist DigiDispuut op vrijdag 11 september 2026.